Regelmatig lezen we in het nieuws over rampen als overstromingen, aardbevingen en hongersnood. Afhankelijk van het land en gebied waar rampen zich voordoen, helpen wij slachtoffers bij het lenigen van de eerste nood. Wat daar allemaal bij komt kijken vertelt Tineke Morren, Projectleider Noodhulp bij Woord en Daad.
Doet Woord en Daad eigenlijk veel aan noodhulp?
Best wel! Woord en Daad werkt al tientallen jaren aan noodhulp en vooral in wederopbouwprojecten. Even nog het verschil: noodhulp is de eerste hulp die je verleent na een grote ramp om levens te redden. Wederopbouw is de periode waarin het gaat om het verbeteren van de levensomstandigheden. Momenteel heeft Woord en Daad zo’n vijf noodhulp- en wederopbouwprogramma’s onderhanden.
Wat dan?
Naar aanleiding van de recente aardbevingen in Nepal werken we met partnerorganisaties bijvoorbeeld aan de bouw van 700 aardbevingsbestendige en overstromingsbestendige huizen. Ook bouwen we in dit land 15 veilige scholen, zodat kinderen direct weer onderdak hebben om onderwijs te volgen. In Bangladesh maken we ons nu – na de recente overstromingen – sterk voor acuut schoon drinkwater en goede huizen. Ook is er aandacht voor de rijstboeren. We stellen hen in staat om snel en met de goede technieken en training een rijke rijstoogst te krijgen. Belangrijk voor inkomen en genoeg voedsel! Ook denken we hierbij aan de vele vluchtelingen (Rohingya’s) die Bangladesh instromen. In Afrika werken we samen met veel partnerorganisaties om families weerbaar te krijgen tegen de droogte. Denk bijvoorbeeld aan het verhogen van hun inkomen, distributie van zaden en herstel van drinkwatervoorzieningen.
‘Betrek ons vanaf het begin bij jullie projecten’
Wat is er nu echt belangrijk in noodhulp en wederopbouw? Wanneer werkt het?
Dat is een hele goede vraag! Er zijn heel veel dingen te noemen. Er is de afgelopen vijf jaar een toename te zien in het aantal rampen, en de gevolgen daarvan lijken steeds groter te worden. Een boer uit Haïti of een overlevende na de ramp op de Filipijnen zou tegen ons zeggen: ‘Betrek ons vanaf het begin bij jullie projecten, wij weten het beste wat nodig is. Laat ons ook zoveel mogelijk meehelpen met de wederopbouw, dat helpt de ramp te verwerken en wij bouwen graag mee aan onze toekomst. Maak ons niet passief.’
Als tweede: ‘Werk goed samen met de overheid en andere organisaties en bevorder de lokale economie door te zorgen voor werk en handel. Importeer bijvoorbeeld geen kleding of spullen. Biedt ons kansen!’ En als laatste, maar niet onbelangrijk: ‘Als jullie komen, werk dan vanuit jullie hart en wij maken met jullie onze gemeenschap weerbaar. Zorg voor training en sociale samenhang, zodanig dat we weerbaar zijn op lange termijn. Dan redden wij onszelf en kunnen jullie ergens anders hulp bieden.’
In de hulpsector noemen we dit ‘empowerment’. Samenwerking en weerbaarheid. Noodhulp gericht op mens, context en mentaliteit. In afhankelijkheid. Op die manier willen we werken.
Heb je een voorbeeld?
Neem Sardar (57) uit Bangladesh. Hij heeft een groot gezin en was ijverig in zijn rijstbeplanting. Na de verschrikkelijke overstroming was heel de oogst weg. Door financiële assistentie die hij kreeg via Woord en Daad kan hij zelf weer aan de slag met zijn land. Ook ontvangt hij training hoe hij zijn land nog beter kan bewerken en leert hij samen te werken met andere boeren. Of Marilou uit de Filipijnen: zij heeft na de tyfoon een bedrijfje van kippen en eieren kunnen starten, wat het inkomen heeft verhoogd. Ze kreeg onderwijs om een ondernemersplan te maken. Ook kunnen haar kinderen naar de nieuwe veilige school die de gemeenschap zelf gebouwd heeft. En dankzij een zogenoemde waardentraining op het eiland zijn de onderlinge relaties in het dorp zodanig verbeterd dat mensen elkaar graat tot hulp zijn.

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!